ECLI:NL:RBZWB:2024:8670
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB 2023
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2022, die aanvankelijk was vastgesteld op € 713.000 en na bezwaar verlaagd naar € 656.000. Hij stelde dat de waarde maximaal € 470.000 zou moeten zijn vanwege matige kwaliteit en onderhoud.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde is vastgesteld aan de hand van referentiewoningen die qua bouwjaar, inhoud en ligging vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin correcties zijn toegepast voor verschillen in onderhoud, voorzieningen en ligging.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling en dat de door belanghebbende aangevoerde gronden onvoldoende onderbouwd zijn om de waarde verder te verlagen. Ook het motiveringsbeginsel is niet geschonden. De WOZ-waarde en de aanslag OZB blijven gehandhaafd.
Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 656.000 gehandhaafd.