ECLI:NL:RBZWB:2024:868

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 januari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
C/02/411214 FA RK 23-3041
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap met afspraken over partnerbijdrage en vermogensverdeling

Partijen zijn in 2021 een geregistreerd partnerschap aangegaan in de gemeente Terneuzen, dat duurzaam ontwricht is geraakt. De vrouw verzocht de ontbinding van het partnerschap en een maandelijkse bijdrage van de man voor haar levensonderhoud. De man verzocht eveneens de ontbinding en stelde diverse verzoeken tot toedeling van vermogensbestanddelen en verrekeningen.

Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over de ontbinding en de nevenvoorzieningen. De rechtbank bevestigt deze overeenstemming en legt deze vast in de beschikking. De man moet vanaf de beëindigingsdatum een bruto maandelijkse bijdrage van €1.018 aan de vrouw betalen.

Verder wordt de inboedel aan de man toegewezen met een verplichting tot overbedeling aan de vrouw van €3.300. De belastingteruggave 2022 wordt aan de man toegekend, terwijl de man een bedrag van €1.474 aan de vrouw moet betalen wegens overbedeling. Het saldo op de bankrekening van de man wordt aan hem toegekend, met een overbedeling van €6.526,40 aan de vrouw. De gezamenlijke bankrekening wordt aan de man toegekend, waarbij de vrouw €1.590 moet betalen wegens opgenomen bedragen. De auto wordt aan de vrouw toegekend, met een overbedeling van €500 aan de man. Tot slot wordt vastgesteld dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben en draagt ieder zijn eigen proceskosten.

Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap wordt ontbonden met vaststelling van partnerbijdrage en verdeling van vermogensbestanddelen volgens overeenstemming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/411214 FA RK 23-3041
beschikking d.d. 24 januari 2024
in de zaak van
[de vrouw],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. D.J.A. Burlet, gevestigd te Terneuzen,
en
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. E. Sijnesael, gevestigd te Middelburg.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 30 juni 2023 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 8 augustus 2023 ontvangen aanvullende verzoekschrift;
- het op 20 september ontvangen verweerschrift tevens met bijlagen;
-het F9-formulier d.d. 12 oktober 2023 van mr. Burlet, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 19 januari 2024 van mr. Sijnesael, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 19 januari 2024 van mr. Sijnesael, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 19 januari 2024 van mr. Burlet.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [datum] 2021 in de gemeente Terneuzen een geregistreerd partnerschap aangegaan.
2.2.
Hun partnerschap is duurzaam ontwricht.

3.De verzoeken

3.1.
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. ontbinding van het geregistreerd partnerschap;
II. te bepalen dat de man, met ingang van beëindiging geregistreerd partnerschap, aan de vrouw als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud dient te voldoen een bijdrage van € 1.018,00 bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, danwel een dusdanig bedrag welke uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
3.2.
De man verzoekt nu, bij wijze van zelfstandig verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. Het geregistreerd partnerschap van partijen van partijen te ontbinden;
II. Te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van de datum van de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw een bedrag van € 1.018,- bruto per maand voldoet als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud;
III. De inboedel van partijen aan de man toe te delen onder de verplichting van de man om aan de vrouw uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 3.300,- te voldoen;
IV. De belastingteruggave van 2022 op naam van de man aan de man toe te delen en de belastingaanslag op naam van de vrouw aan de vrouw en de man te veroordelen tot het voldoen van een bedrag van € 1.474,- aan de vrouw uit hoofde van overbedeling;
V. Het saldo op de bankrekening van de man (bij partijen bekend) aan de man toe te delen en de man te veroordelen tot het voldoen van een bedrag van € 6.526,40 aan de vrouw uit hoofde van overbedeling;
VI. De gezamenlijke bankrekening van partijen aan de man toe te delen en de vrouw te veroordelen tot het voldoen van een bedrag van € 1.590,- uit hoofde van verrekening van het door de vrouw opgenomen bedrag;
VII. De auto aan de vrouw toe te delen en de vrouw te veroordelen tot het voldoen van een bedrag van € 500,- aan de man uit hoofde van overbedeling;
VIII. Vast te stellen dat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben;
IX. Deze beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
X. Kosten rechtens.

4.De beoordeling

4.1.
Bij F9-formulier van 19 januari 2024 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Gelet op de overeenstemming verzoekt de man thans, bij wijze van zelfstandig verzoek, hetgeen onder 3.1. is weergegeven vast te leggen in de beschikking.
4.2.
Bij F9-formulier van 19 januari 2024 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw heeft aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
4.3.
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de ontbinding van het geregistreerd partnerschap en de nevenvoorzieningen. Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen, waarbij de rechtbank begrijpt dat de man onder II. heeft bedoeld te verzoeken als ingangsdatum van de partnerbijdrage de datum van de beëindiging van het geregistreerd partnerschap.
4.4.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen, op [datum] 2021 in de gemeente Terneuzen geregistreerd;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de datum van de beëindiging van het geregistreerd partnerschap. aan de vrouw voor levensonderhoud bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 1.018,= per maand;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de inboedel van partijen aan de man wordt toebedeeld onder de verplichting van de man om aan de vrouw uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 3.300,= te voldoen;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de belastingteruggave van 2022 op naam van de man aan de man wordt toebedeeld en de belastingaanslag op naam van de vrouw aan de vrouw en veroordeelt de man tot het voldoen van een bedrag € 1.474,= aan de vrouw uit hoofde van overbedeling;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat het saldo op de bankrekening van de man zoals bij partijen bekend aan de man wordt toebedeeld en veroordeelt de man tot het voldoen van een bedrag van € 6.526,40 aan de vrouw uit hoofde van overbedeling
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de gezamenlijke bankrekening van partijen aan de man wordt toebedeeld en veroordeelt de vrouw tot het voldoen van een bedrag van € 1.590,= uit hoofde van verrekening van het door de vrouw opgenomen bedrag;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de auto aan de vrouw wordt toebedeeld en veroordeelt de vrouw tot het voldoen van een bedrag van € 500,= aan de man uit hoofde van overbedeling;
stelt vast dat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.