Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feiten en omstandigheden
Feit 1
Feit 2
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- inspanningsverplichting financiën;
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 (honderdtwintig) dagen;
gevangenisstraf van 295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen, waarvan 240 (tweehonderdveertig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
drie jaar op geen enkele wijze –
2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van
zich niet op te houden zich niet op te houden in de havens in Vlissingen en Rotterdam;
2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen;