Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feiten en omstandigheden
Feit 1
Feit 2
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De voorlopige hechtenis
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
drie jaar op geen enkele wijze –
2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens voornoemde personen;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van
zich niet op te houden in de havens in Vlissingen en Rotterdam;
2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen;
een geldboete van € 100 euro;