Uitspraak
2.De nadere beoordeling
- de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is vastgesteld op de wijze zoals neergelegd in rechtsoverweging 4.11. van voornoemde beschikking;
- de man is veroordeeld om binnen twee weken na afgifte van die beschikking de vrouw in het bezit te stellen van de (inboedel)zaken die zich onder hem bevinden en aan haar zijn toegedeeld;
- het meer of anders verzochte wat betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is afgewezen;
- bepaald is dat de vrouw binnen twee weken na die beschikking de Rituals-doos moet afgeven aan de man, bij gebreke waarvan zij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 191,80 aan de man;
- het verzoek van de vrouw tot afgifte van de in haar verweerschrift onder 2.11 genoemde zaken is afgewezen;
- bepaald is dat de man vanaf de dag dat voornoemde beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de echtelijke woning;
- de vrouw is veroordeeld tot betaling aan de man van een bedrag van € 106,24 in verband met de afvalstoffenheffing over het jaar 2023;
- al hetgeen de man meer of anders heeft verzocht is afgewezen;
- de verzoeken van de vrouw tot veroordeling van de man tot betaling van € 20.430,14 en van € 11.056,= zijn afgewezen;
- de vrouw is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de omvang (het bedrag) van het door haar gestelde vergoedingsrecht als bedoeld in rechtsoverweging 4.15. van voornoemde beschikking en zij is toegelaten bewijs te leveren van haar stellingen dat:
- de zaak is op de rol gezet van 1 oktober 2024 voor uitlating door de vrouw over de omvang van het gestelde vergoedingsrecht en voor uitlating of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel. Daarbij is uiteengezet hoe dit bewijs moet worden geleverd;
- iedere verdere beslissing op het verzoek van de vrouw als bedoeld in rechtsoverweging 4.15. van voornoemde beschikking is aangehouden.
3.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.