ECLI:NL:RBZWB:2024:8733
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Oomes
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening partneralimentatie vastgesteld op €653 per maand
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 november 2024 een verzoek tot voorlopige voorziening partneralimentatie van de vrouw tegen de man. De vrouw verzocht om een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €3.537 gedurende de echtscheidingsprocedure. De rechtbank hanteerde de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie om behoefte en draagkracht te bepalen.
De rechtbank stelde vast dat het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) als uitgangspunt wordt genomen van het peiljaar 2022, het laatste volledige jaar voor het uiteengaan van partijen. Het inkomen van de vrouw werd berekend op €3.859 netto per maand, en dat van de man op €9.202 netto per maand, rekening houdend met fiscale aftrekposten, premies en onderhoudsverplichtingen.
Er was discussie over de winstberekening van de man en de mate van participatie in de maatschap, waarbij de rechtbank uitging van een gemiddelde winst over de jaren 2021 tot en met 2023 en een participatie van 40%. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €6.729 netto per maand, terwijl haar eigen inkomen €4.353 netto bedroeg, wat resulteerde in een aanvullende behoefte van €2.373 netto.
De draagkracht van de man werd berekend op €653 bruto per maand, rekening houdend met zijn lasten en fiscale voordelen. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot een hogere bijdrage af en stelde de voorlopige partneralimentatie vast op €653 bruto per maand met ingang van 24 september 2024.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorlopige partneralimentatie vast op €653 bruto per maand vanaf 24 september 2024.