De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 december 2024 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1987, die lijdt aan een lichte verstandelijke handicap en diverse psychische stoornissen zoals schizofrenie en PTSS.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, haar advocaat, behandelaar, afdelingsbegeleider, curator en persoonlijk begeleider gehoord. Betrokkene gaf aan dat zij een stok achter de deur nodig heeft om escalaties te voorkomen en dat zij depotmedicatie ontvangt ter ondersteuning. De behandelaar en curator bevestigden dat betrokkene na opname stabiliseert maar daarna weer afglijdt, waarbij vrijwillige medewerking wisselend is.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, materiële schade en gevaar voor haarzelf en anderen. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom werd de machtiging voor zes maanden verleend, geldig tot 4 juni 2025.