ECLI:NL:RBZWB:2024:8794
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning in Tilburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Tilburg, die was vastgesteld op €272.000 per 1 januari 2022. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die op basis van deze waarde was opgelegd voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft op 8 november 2024 het beroep behandeld waarbij partijen hun standpunten toelichtten. De woning betreft een tussenwoning uit 1962 met een woonoppervlakte van 93 m², een aanbouw van 13 m² en een berging van 6 m². Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €235.000 zou moeten zijn, onder meer vanwege gedateerde voorzieningen, een ondergemiddeld duurzaamheidsniveau en een brandgang op het perceel die niet privé gebruikt kan worden.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix gebaseerd op drie referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte vergelijkbaar zijn en recentelijk rondom de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen passend zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen, waaronder een correctie voor de brandgang. De stellingen van belanghebbende werden niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag worden gehandhaafd.