ECLI:NL:RBZWB:2024:8814
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks aankoop dagkaart na controle
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat op 15 juni 2022 omstreeks 17:16 uur geen parkeerbelasting was voldaan terwijl de auto geparkeerd stond aan de Moerstraat te Breda. Belanghebbende betwistte de aanslag met het argument dat hij later die dag om 17:48 uur een dagkaart had gekocht, waarmee hij meende de hele dag te mogen parkeren.
De rechtbank oordeelt dat parkeerbelasting volgens de geldende verordening bij aanvang van het parkeren voldaan moet zijn. Het tijdsverloop van 32 minuten tussen de constatering en de aankoop van de dagkaart is te lang om te spreken van een redelijke termijn. Persoonlijke omstandigheden zoals vergeetachtigheid bieden geen grond voor kwijtschelding, tenzij sprake is van een acute noodsituatie, wat hier niet is gesteld.
Het verzoek tot verdaging van de zitting door de heffingsambtenaar werd afgewezen omdat het niet gemotiveerd was en laat werd ingediend. Belanghebbende verscheen niet op de zitting. De rechtbank sluit het onderzoek en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan op 18 december 2024 door rechter J.A. den Braber-Riemens.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren voldaan had moeten zijn.