ECLI:NL:RBZWB:2024:8822
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en motivering uitspraak bezwaar
Belanghebbende is eigenaar van een woning uit 1997 waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op €461.000. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen deze waardebepaling ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende stelde dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd en dat niet alle relevante gegevens, zoals de grondstaffel en KOUDV-factoren, waren verstrekt. De rechtbank oordeelt dat de motivering voldoende specifiek is en dat de heffingsambtenaar niet verplicht was deze gegevens zonder specifiek verzoek te verstrekken.
De waardebepaling is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen die qua type, ligging en bouwjaar voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in oppervlakte, aantal slaapkamers en voorzieningenniveau. De taxatiematrix en correcties voor onder meer perceel- en woonoppervlakte zijn adequaat toegepast.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 20 december 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €461.000 wordt ongegrond verklaard.