Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de akte van VGZ met producties
- de akte van [gedaagde] .
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 4.646,32toewijsbaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
VGZ vordert betaling van een openstaand bedrag van €4.886,32 van [gedaagde] wegens niet-naleving van de zorgverzekeringsovereenkomst. Na eerdere vonnissen en een betalingsregeling die niet werd nagekomen, is de procedure gestart. [gedaagde] erkent de hoofdsom maar betwist de proceskosten en voert gewijzigde inkomenssituatie aan.
De kantonrechter stelt vast dat de zorgverzekeringsovereenkomst geldig is en dat [gedaagde] de betalingsverplichtingen niet tijdig is nagekomen. VGZ heeft meerdere herinneringen gestuurd en een nieuwe betalingsregeling getroffen die deels is nagekomen. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zijn toewijsbaar.
De rechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €4.646,32 plus wettelijke rente vanaf 4 september 2024 en de proceskosten van €1.174,89. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €4.646,32 plus wettelijke rente en proceskosten.