ECLI:NL:RBZWB:2024:8865
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na CVA
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen per 17 januari 2022, vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank beoordeelt of de medische beperkingen van eiser juist zijn vastgesteld en of de geduide functies passend zijn.
De verzekeringsartsen hebben op basis van dossieronderzoek en medisch onderzoek vastgesteld dat eiser restklachten heeft na een CVA, waaronder cognitieve beperkingen en vermoeidheid, maar dat deze beperkingen niet zodanig zijn dat een urenbeperking of extra beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) gerechtvaardigd zijn. Eiser heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht die dit oordeel onderbouwt.
De arbeidsdeskundige van het UWV heeft functies geduid die passen binnen de belastbaarheid van eiser. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de geschiktheid van deze functies, maar de rechtbank acht de toelichtingen van de arbeidsdeskundige voldoende om deze functies passend te verklaren.
Op basis van de geduide functies en de vastgestelde belastbaarheid concludeert het UWV dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een deskundige af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt terecht geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.