ECLI:NL:RBZWB:2024:8867
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning splitsing woning wegens ontbreken procesbelang
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die door het college was verleend aan vergunninghoudster voor het splitsen van een woning op een locatie van een voormalig pompstation. De vergunning maakte het mogelijk om in totaal vijf wooneenheden te realiseren, terwijl het toen geldende bestemmingsplan slechts vier toestond.
Tijdens de procedure is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld dat het realiseren van maximaal vijf wooneenheden op deze locatie toestaat. Hierdoor is het geschilpunt over het aantal wooneenheden feitelijk komen te vervallen. De rechtbank beoordeelt dat eisers geen actueel en reëel belang meer hebben bij hun beroep, omdat het maximale aantal wooneenheden nu volgens het geldende bestemmingsplan is toegestaan.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding om de inhoudelijke beroepsgronden te behandelen. Wel veroordeelt zij het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eisers, omdat het college aan het verzoek van eisers tegemoet is gekomen met het nieuwe bestemmingsplan.
De uitspraak is op 19 december 2024 mondeling gedaan door rechter E.J. Govaers. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.