ECLI:NL:RBZWB:2024:8887
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om haar recht op een Ziektewet-uitkering per 15 november 2024 te beëindigen. De voorzieningenrechter beoordeelt of aan de voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan, met name of sprake is van onverwijlde spoed.
Verzoekster heeft een WW-uitkering aangevraagd en toegekend gekregen die aansluitend ingaat op de beëindiging van de Ziektewet-uitkering. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een acute financiële noodsituatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig, ondanks een foutieve berekening van de arbeidsdeskundige die in bezwaar kan worden hersteld.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de beoordeling van de inhoudelijke juistheid van het besluit in de bezwaarprocedure plaatsvindt en dat het UWV een gecorrigeerd arbeidskundig standpunt kan innemen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.