Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) af te wijzen. De aanvraag betrof een chauffeurskaart voor de functie van taxichauffeur. De staatssecretaris baseerde de afwijzing op het feit dat verzoeker meerdere strafbare feiten heeft gepleegd, waaronder verkeersdelicten en een buitenlandse veroordeling voor mensensmokkel, waardoor een risico voor de samenleving bestaat bij herhaling.
Verzoeker voerde aan dat de Deense veroordeling niet volgens Nederlandse maatstaven moet worden meegewogen en dat hij door zijn persoonlijke omstandigheden en lange ervaring als chauffeur het subjectieve criterium rechtvaardigt voor afgifte van de VOG. Tevens stelde hij dat zijn belangen onvoldoende zijn meegewogen en dat hij zonder chauffeurskaart zijn inkomen verliest.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan het objectieve criterium is voldaan, waardoor de VOG in principe geweigerd moet worden. Het belang van de samenleving weegt zwaarder dan dat van verzoeker, mede vanwege de aard en ernst van de strafbare feiten en het risico op recidive. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker waren onvoldoende onderbouwd en rechtvaardigen geen afwijking. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 23 december 2024 door de voorzieningenrechter M. Snoeks en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.