Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. C.E.J.E. Kouijzer;
- mevrouw [naam 1] , psychiater, behandelaar;
- mevrouw [naam 2] , zus van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 december 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis waaronder een autismespectrumstoornis en een lichte verstandelijke beperking. De rechtbank nam het verzoekschrift en de mondelinge behandeling met gesloten deuren in overweging, waarbij betrokkene, haar behandelaar en zus werden gehoord.
Betrokkene gaf aan dat het goed met haar gaat en dat zij de zorgen over haar toestand onterecht vindt. Haar behandelaar bevestigde dat betrokkene stabiel is en haar medicatie inneemt, hoewel zij aanvankelijk twijfels had over de noodzaak van een nieuwe machtiging. De zus en de advocaat van betrokkene onderschreven eveneens dat betrokkene haar leven op orde heeft en de zorg vrijwillig accepteert.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene op dit moment geen verzet toont tegen de noodzakelijke zorg en dat de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging niet zijn vervuld. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene stabiel is en de noodzakelijke zorg vrijwillig accepteert.