ECLI:NL:RBZWB:2024:8949

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
C/02/429412 / FA RK 24-5676
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening en valgevaar

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1930, voor de duur van zes maanden. De mondelinge behandeling vond plaats op 18 december 2024, waarbij betrokkene, zijn advocaat, dochter, schoondochter en casemanager werden gehoord. Op de ochtend van de zitting had betrokkene een herseninfarct gehad, maar de behandeling ging door.

Betrokkene stelde dat het goed met hem ging en hij niet weg wilde van huis. Zijn advocaat was echter geschrokken van zijn toestand tijdens de zitting en gaf aan dat betrokkene mogelijk stabieler zou kunnen worden, maar dat onzeker bleef. De casemanager benadrukte de noodzaak van opname vanwege de zorgbehoefte en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. De echtgenote van betrokkene kon niet meer voor hem zorgen vanwege haar eigen gezondheidsproblemen.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan dementie en dat zijn gedrag leidt tot ernstig nadeel, waaronder valgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, ondanks het verzet van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar omdat 24-uurs begeleiding nodig is die thuis niet geboden kan worden.

De rechtbank verleende daarom de gevraagde machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, geldig tot en met 18 juni 2025. Deze beschikking werd mondeling gegeven op 18 december 2024 en schriftelijk vastgelegd op 27 december 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden vanwege dementie en ernstig valgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/429412 / FA RK 24-5676
Datum uitspraak: 18 december 2024
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1930 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. E.S. van Aken te Zierikzee.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 december 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 december 2024. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. E.S. van Aken;
  • mevrouw [naam 1] , dochter;
  • mevrouw [naam 2] , schoondochter;
  • mevrouw [naam 3] , casemanager.
1.3.
Tevens waren de volgende personen aanwezig, zij zijn echter niet gehoord;
  • mevrouw [naam 4] , echtgenote;
  • mevrouw [naam 5] , collega van de casemanager.
1.4.
Voor de mondelinge behandeling is door de rechtbank vernomen dat betrokkene op de ochtend van de mondelinge behandeling een herseninfarct heeft gehad. Hij is vanwege zijn hoge leeftijd niet opgenomen in het ziekenhuis, maar daarbij is wel met klem verzocht om de mondelinge behandeling te laten doorgaan.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat. Hij doet niets anders dan zitten. Hij wil niet weg van huis.
3.2.
De advocaat van betrokkene vertelt geschrokken te zijn van hoe hij betrokkene nu ziet. De advocaat had hem een week daarvoor nog gesproken en toen zag de advocaat een heel ander beeld dan op de mondelinge behandeling. De advocaat stelt dat betrokkene zich misschien nog enigszins herpakt en dat er dan mogelijk over een week gekeken kan worden of betrokkene stabiel is. Daarbij plaatst hij wel de kanttekening dat de vraag bestaat of betrokkene in de tussentijd stabiel blijft. De advocaat geeft nog wel aan dat betrokkene altijd heel duidelijk geweest is in zijn wens om thuis te blijven wonen.
3.3.
De casemanager geeft aan dat het in de huidige situatie vooral belangrijk is dat betrokkene de zorg krijgt die noodzakelijk is. Het is daarbij nu minder relevant waar hij opgenomen wordt. De rechterlijke machtiging is daarbij noodzakelijk, omdat hij anders ook met een crisis nergens terecht kan. Betrokkene heeft namelijk altijd verzet vertoond. De echtgenote van betrokkene is niet meer in staat om voor hem te zorgen. Daarbij spelen de ziekte van Parkinson en de geheugenklachten van de echtgenote een significante rol.
3.4.
De dochter en schoondochter van betrokkene benoemen dat het volgens de verpleging al niet verantwoord was voor betrokkene om thuis te blijven wonen. De situatie is door het herseninfarct alleen maar zorgelijker geworden. De echtgenote staat er volgens beide dochters rustig in. Zij weet wat ze wel en niet kan en ziet in dat ze niet meer voor betrokkene kan zorgen. Daarnaast zijn zowel betrokkene als zijn echtgenote instabiel waardoor er een aanzienlijk valgevaar bestaat.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is er sprake van dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondeling behandeling blijkt dat betrokkene valgevaarlijk is. Betrokkene dwaalt rond in en rond huis en is instabiel. Verder bestaat er een risico op overbelasting van de echtgenote door een aanhoudende dreigende thuissituatie met agitatie en agressie vanuit betrokkene. De echtgenote kan zichzelf niet beschermen in deze situaties. Daarnaast vertrouwt betrokkene niemand meer en wil hij ook niets meer doen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de overlegde stukken blijft dat betrokkene altijd heeft aangegeven niet opgenomen te willen worden, omdat hij een opname niet nodig vindt.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De echtgenote kan de zorg voor betrokkene niet langer volhouden. Geprobeerd is om thuisbegeleiding en dagbesteding in te zetten, maar dat is door betrokkene afgehouden. Meer ambulante hulp zou het ernstig nadeel daarnaast niet kunnen afwenden, aangezien betrokkene 24-uurs begeleiding nodig. Dat kan niet in de thuissituatie worden geboden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1930 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
18 juni 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 27 december 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.