Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn bromfiets op 26 januari 2023 niet verzekerd was, geconstateerd door het RDW. Betrokkene stelde dat hij het voertuig kort na aankoop online had verzekerd en dat de verzekering actief was, maar dat hij de brief van het RDW te laat ontving. Hij handelde direct na ontvangst van de brief en verzekerde het voertuig opnieuw.
De officier van justitie stelde dat de verzekering was gestopt ruim een maand voor de constatering en dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor de verzekering. Omdat betrokkene snel actie had ondernomen, verzocht de officier om matiging van de boete met 25%.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel achtte hij de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen. De beslissing van de officier van justitie werd daarom gewijzigd en de boete verlaagd. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan op 1 oktober 2024 door kantonrechter W.H.C. van Eck in Middelburg. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van de bromfiets wordt met 25% gematigd en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.