Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het doorgaan bij een rood verkeerslicht op 12 april 2023 in Middelburg. Tegen deze boete werd beroep ingesteld, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde anders.
De kantonrechter stelde vast dat niet is komen vast te staan dat de gedraging daadwerkelijk is verricht. De verbalisant had afgezien van staandehouding vanwege het ontbreken van een transparant, maar dit werd niet als een gegronde reden gezien. Volgens artikel 5 van Pro de Wahv moet de verbalisant de bestuurder staande houden om de boete op te leggen, tenzij er geen reële mogelijkheid was om de identiteit vast te stellen.
Daarom werd de boete ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd en werd het beroep gegrond verklaard. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.