Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd voor rechts inhalen op de Rijksweg A58 te ’s-Heer Arendskerke op 16 mei 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof de vraag of betrokkene daadwerkelijk de overtreding had begaan. De verbalisant stelde dat betrokkene rechts had ingehaald op de snelweg, terwijl betrokkene verklaarde dat hij een afslag nam en de motoragent achter hem reed, waardoor de overtreding niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Ook was er discussie over het niet verstrekken van bepaalde stukken door het CVOM en een vermeende schending van de hoorplicht.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet voldoende was komen vast te staan. De verklaring van de verbalisant, die normaal doorslaggevend is, riep in dit geval twijfel op vanwege tegenstrijdigheden met de verklaring van betrokkene en de aanwezigheid van een afslag op de locatie. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en officierbeslissing vernietigd, en werd betrokkene het betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens rechts inhalen is gegrond verklaard en de boete vernietigd.