Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden van 4 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Sloeweg te Vlissingen op 18 december 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was en dat de flitspaal verouderd zou zijn. Tevens werd gesteld dat de informatieplicht en hoorplicht door het Openbaar Ministerie waren geschonden, omdat relevante stukken niet waren verstrekt. De gemachtigde verzocht ook om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger betwistte deze stellingen en stelde dat alle relevante stukken, waaronder foto’s, het zaakoverzicht en een brief voor een extra schriftelijke ronde, via de bestandenpostbus waren gedeeld. Ook werd een NMI-verklaring overlegd waaruit bleek dat de flitspaal goed functioneerde. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de boete terecht was opgelegd. Er was geen sprake van schending van informatie- of hoorplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.