Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 6 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de N289 Oude Rijksweg te Krabbendijke op 14 februari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden en dat de locatie van de meetapparatuur onduidelijk was.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De kantonrechter oordeelde echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat betrokkene geen CJIB-nummer had vermeld, waardoor de koppeling aan de juiste zaak niet tijdig kon plaatsvinden. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard tegen de niet-ontvankelijkverklaring en werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd.
Inhoudelijk bleek uit het dossier, waaronder een flitsfoto en een NMI-verklaring, dat de snelheidsovertreding daadwerkelijk had plaatsgevonden en dat de meetapparatuur correct was goedgekeurd. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 1 oktober 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.