Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij als snorfietser op de Aagje Dekenstraat te Vlissingen niet de rijbaan gebruikte terwijl er geen verplicht fietspad aanwezig was. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat hij op het trottoir reed en de bebording niet kon waarnemen. De officier van justitie stelde dat de boete terecht was opgelegd, onderbouwd met verklaringen van de verbalisant en Google Maps.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met meer dan vijf maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete werd verlaagd tot € 75,- plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van € 25,- werd terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% tot € 75,- plus administratiekosten en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.