Uitspraak
1.De procedure
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 11 september 2024 met bijlages
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] staat de vraag centraal of [bedrijf 2] onrechtmatig handelt door te stellen dat haar product beter is dan dat van [bedrijf 1]. De kantonrechter heeft beoordeeld of [bedrijf 2] het bewijs heeft geleverd dat haar product superieur is.
[bedrijf 2] bracht een analyse in, onder meer gebaseerd op AI (Chat GPT4), maar deze werd door de kantonrechter als onvoldoende betrouwbaar en niet controleerbaar beoordeeld. [bedrijf 1] stelde dat haar product een kant-en-klaar product is dat minder foutgevoelig is en leverde een verklaring van haar leverancier ter onderbouwing.
De kantonrechter oordeelde dat het bewijs van [bedrijf 2] niet overtuigend is en dat medewerkers van [bedrijf 2] onrechtmatig negatief over [bedrijf 1] hebben gecommuniceerd. Daarom werd een verbod opgelegd, een dwangsom van €250 per overtreding tot maximaal €10.000, en vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen. De vordering in reconventie werd afgewezen.
Uitkomst: Verbod op onrechtmatige negatieve uitlatingen, dwangsom en proceskosten toegewezen aan [bedrijf 1].