Uitspraak
[huurder 1],
[huurder 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De stichting Alwel vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning vanwege ernstige en langdurige overlast veroorzaakt door twee huurders en hun wettelijk vertegenwoordiger. De overlast bestond uit geruzie, schreeuwen, huiselijk geweld, vervuiling en het toelaten van derden zonder toestemming, wat leidde tot klachten van buren en interventies van politie en hulpinstanties.
De wettelijk vertegenwoordiger betoogt dat vooral één huurder verantwoordelijk is en dat de andere huurder mede slachtoffer is, met verzoek om een laatste kans voor die huurder en verlenging van de ontruimingstermijn. De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende is vastgesteld en dat beide huurders verantwoordelijk zijn. Er is geen vertrouwen dat de ene huurder zich kan onttrekken aan de ander.
De kantonrechter wijst de ontbinding toe, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt een ontruimingstermijn van drie maanden om opvang te regelen. De wettelijk vertegenwoordiger wordt veroordeeld tot betaling van huur, rente en proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Rouwen en op 18 december 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige overlast en ontruiming wordt bevolen met een termijn van drie maanden.