Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer trad op 1 maart 2024 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met toepassing van de Horeca cao 2024. Sinds 15 mei 2024 is de werknemer volledig arbeidsongeschikt. De werkgever betaalde het loon over juni en juli 2024 te laat, betaalde slechts een deel van het loon over augustus 2024 en betaalde het loon over september en oktober 2024 niet.
De werknemer vorderde in kort geding betaling van het resterende loon over augustus 2024, het volledige loon over september 2024, wettelijke rente vanaf de dag van verzuim, een wettelijke verhoging van 50% over het verschuldigde loon en buitengerechtelijke incassokosten. De werkgever verscheen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat de vorderingen toewijsbaar zijn, met uitzondering van de vermeerdering van eis voor oktober 2024 vanwege niet-tijdige betekening. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dag na de uiterste betaaldatum. De incassokosten werden gematigd tot het maximum volgens het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon, rente, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging en incassokosten aan werknemer.