Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2024, waarvan aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een kort geding tussen de nieuwe bewindvoerder over de goederen van eiser en de voormalige bewindvoerder. De nieuwe bewindvoerder vordert dat de voormalige bewindvoerder binnen een week rekening en verantwoording aflegt over het beheer van het vermogen van eiser en diverse relevante stukken verstrekt. Deze vorderingen zijn deels verminderd tijdens de zitting.
De kantonrechter beoordeelt of er een spoedeisend belang is en of de vorderingen kans van slagen hebben in een bodemprocedure. De vorderingen tot rekening en verantwoording over 2022 tot en met augustus 2023 en het verstrekken van bankafschriften worden afgewezen omdat de voormalige bewindvoerder de benodigde fiscale gegevens niet heeft ontvangen en geen inzage meer heeft in bankgegevens. Andere gevorderde stukken worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang of omdat de voormalige bewindvoerder deze niet bezit.
De kantonrechter compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en uitgesproken op 12 november 2024.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van de nieuwe bewindvoerder af en compenseert de proceskosten.