Eiser diende op 3 januari 2023 een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam op grond van de Wet open overheid (Woo). Omdat het college niet tijdig besliste, stelde eiser op 30 januari 2024 beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen het niet tijdig beslissen.
Het college nam op 27 maart 2024 alsnog een besluit op de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daardoor kennelijk niet-ontvankelijk was, omdat eiser geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen.
Eiser gaf aan het niet eens te zijn met het besluit van 27 maart 2024. De rechtbank besloot daarom het beroep voor zover gericht tegen dit besluit te verwijzen naar het college ter behandeling als bezwaar. Het griffierecht dat eiser aan de rechtbank betaalde, werd teruggestort, zodat het college dit niet hoefde te vergoeden.
De rechtbank deed deze uitspraak zonder zitting op 23 december 2024 en maakte deze openbaar via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.