Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens rijden op het voetpad in de Torenstraat te Oosterhout op 20 december 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna beroep bij de kantonrechter volgde.
De gemachtigde voerde aan dat het boetebedrag te hoog was en dat de verkeerssituatie was gewijzigd, waarbij een bord met een lager boetebedrag aanwezig was. De officier van justitie stelde dat de boete via een camerasysteem was vastgesteld, maar kon geen foto overleggen die het voertuig van betrokkene op de plek van de overtreding toonde.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan omdat het vereiste bewijs, namelijk een foto, ontbrak in het dossier en ook niet later werd aangeleverd. Hierdoor was de boete ten onrechte opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €159,- werd terugbetaald.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens ontbreken van bewijs.