Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 38 kilometer per uur te hard op de A59 te Raamsdonk op 15 april 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde de zekerheidstelling, die normaal €234 bedraagt, op nihil vanwege de financiële omstandigheden van betrokkene. De kantonrechter oordeelde echter dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend en dat betrokkene geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die deze termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond, zonder inhoudelijk te oordelen over de juistheid van de boete. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig instellen van het beroep bij de officier van justitie.