ECLI:NL:RBZWB:2024:9124

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
11274017 MB VERZ 24-1128
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Bijlage I RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens parkeren buiten parkeervak

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten een parkeervak bij een E4-bord op de Heksenkruid te Breda op 14 april 2023 om 10:55 uur. Betrokkene voerde aan dat er geen verkeersborden aanwezig waren die het parkeren beperkten op de locatie.

De officier van justitie stelde dat er wel degelijk een E4-bord aanwezig was, wat bevestigd werd door een foto in het dossier en door controle via Google Maps. De kantonrechter achtte deze bewijzen voldoende om de gedraging vast te stellen.

De stelling van betrokkene dat er geen deugdelijke bebording was, werd verworpen. De boete werd terecht opgelegd en er was geen reden tot matiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 16 oktober 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens parkeren buiten het parkeervak wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11274017 \ MB VERZ 24-1128
CJIB-nummer : 5062 5422 5724 4674
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I van het RVV 1990 op de Heksenkruid te Breda op 14 april 2023 om 10:55 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Er staan geen verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I van het RVV 1990 op de aanrijroute naar de plek waar betrokkene geparkeerd stond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Bij het inrijden van de betreffende locatie staat een E4bord. Dit betekent dat er slechts binnen de daarvoor bedoelde vakken geparkeerd mag worden. De zittingsvertegenwoordiger heeft op Google Maps gezien dat het E4-bord rondom de pleegdatum aanwezig was. Betrokkene had het verkeersbord dus ook moeten waarnemen en daarnaar moeten handelen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier – met name uit de foto in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Bij incidentele controles wordt er volgens vaste rechtspraak van uitgegaan dat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van bebording controleert. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om daar in dit geval anders over te denken en verwerpt de stelling van betrokkene dat deugdelijke bebording ontbrak. Dit mede gelet op het feit dat op Google Maps een E4-bord te zien is bij de inrit van de locatie.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: