Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een straat met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen (bord C12) op de Houtmarkt te Breda op 2 april 2023. Betrokkene voerde aan dat zij vanwege de chaotische situatie en omleidingen, gecombineerd met het overlijden van haar opa, niet anders kon handelen en het bord mogelijk over het hoofd zag.
De gemachtigde stelde dat sprake was van overmacht door de onduidelijke verkeerssituatie en gemoedstoestand van betrokkene. De officier van justitie en de kantonrechter oordeelden echter dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd van de omleidingen en dat de verkeersborden duidelijk waren geplaatst. Bovendien moest betrokkene als onbekende in Breda extra aandacht aan de borden besteden.
De kantonrechter concludeerde dat de overtreding vaststaat en dat er geen reden is de boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.