Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 10 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 21 september 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kern van het geschil was dat de verbalisant volgens het zaakoverzicht alleen had afgezien van staandehouding vanwege vaststelling met een mobiele radar, zonder nadere toelichting. Volgens de rechtbank is dit onvoldoende als gegronde reden om af te zien van staandehouding, terwijl artikel 5 van Pro de Wahv vereist dat de bestuurder wordt staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen.
De rechtbank vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1187,- toegekend aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.