Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat zijn bromfiets op 19 juli 2022 niet verzekerd was. Hij stelde beroep in, aangevoerd door zijn gemachtigde, met het argument dat de bromfiets defect was en niet op de openbare weg werd gebruikt. Betrokkene stond onder curatele, waardoor de curator verantwoordelijk was voor de verzekering.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% en proceskostenvergoeding toegekend.