Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
€ 1.343,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het parkeren in een parkeerverbodzone op de Burggang te Middelburg op 11 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde voerde aan dat de boete onredelijk was omdat op de rijroute geen parkeerverbodsbord (H1) stond en voegde een Google Maps-foto toe ter onderbouwing. De officier van justitie kon niet vaststellen dat de bebording binnen zes maanden voor en na de overtredingsdatum aanwezig was, mede omdat het centrum van Middelburg twee jaar eerder was heringericht met nieuwe bebording.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet vaststaat en dat de boete ten onrechte is opgelegd. De beschikking en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €671,50 toegekend wegens samenhang met andere zaken en verrichte werkzaamheden.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.