Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Ter zitting heeft betrokkene zijn eerdere beroepsgronden herhaald.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij als snorfietser niet de rijbaan gebruikte terwijl er geen verplicht fietspad aanwezig was op de Willemstraat te Breda op 18 december 2022 om 01:31 uur. Hij stelde dat de situatie ter plekke onduidelijk was door de plaatsing en zichtbaarheid van verkeersborden, waardoor hij in de veronderstelling verkeerde dat hij het fietspad mocht verlaten via een bepaalde route.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de borden voldoende zichtbaar waren en duidelijk maakten dat het gebied een voetgangersgebied betrof. Tijdens de zitting herhaalde betrokkene zijn standpunt dat het bord onduidelijk was geplaatst en slecht zichtbaar door de leuning van de brug, wat verwarring veroorzaakte.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, maar achtte de omstandigheden van slechte zichtbaarheid van het bord en het tijdstip van de overtreding (nachtelijke uren) reden om de boete te matigen. De boete werd verlaagd tot € 50,- plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 50,- wegens onduidelijke bebording en omstandigheden.