Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder zichtbare vergunning op 21 mei 2022 te Zierikzee. Tegen deze boete werd beroep ingesteld, waarbij betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat het boetebedrag te hoog was gezien zijn financiële situatie.
De kantonrechter oordeelt dat uit het dossier, met name een foto, blijkt dat de boete terecht is opgelegd omdat geen vergunning zichtbaar was in het voertuig. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met meer dan vijf maanden is overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en er wordt een proceskostenvergoeding toegekend.