Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Tot slot verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats aan de Chassésingel te Breda op 19 oktober 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat er geen verbodsbord aanwezig was op de locatie en dat de bebording onvoldoende duidelijk was. Ook werd verwezen naar een foto van Google Maps waarop geen bord zichtbaar zou zijn bij het binnenrijden van de straat. De officier van justitie stelde dat meerdere borden aanwezig waren, waaronder een bord dat al in augustus 2022 was bevestigd, en dat betrokkene dit bord had moeten passeren.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende blijkt dat het bord aanwezig was ten tijde van de gedraging. De stelling van betrokkene dat de bebording ontbrak werd verworpen. De boete werd terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.