Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op het trottoir, waardoor hinder voor het verkeer ontstond op de Bastionstraat te Breda op 2 oktober 2022. Betrokkene stelde dat de straat afgesloten was en dat hij zijn auto geparkeerd had in een gebied waar hij een parkeervergunning heeft, en dat er geen waarschuwing was gegeven over de afsluiting.
De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter stelde vast dat uit de foto’s in het dossier blijkt dat het voertuig het gehele trottoir blokkeerde, waardoor hinder werd veroorzaakt.
De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant discretionair bevoegd was om de feitcode te kiezen die betrekking heeft op het veroorzaken van hinder. De aangevoerde bezwaren van betrokkene boden geen reden om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens hinderlijk parkeren op het trottoir wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.