ECLI:NL:RBZWB:2024:9157

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
10994457 MB VERZ 24-304
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens hinderlijk parkeren op trottoir

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op het trottoir, waardoor hinder voor het verkeer ontstond op de Bastionstraat te Breda op 2 oktober 2022. Betrokkene stelde dat de straat afgesloten was en dat hij zijn auto geparkeerd had in een gebied waar hij een parkeervergunning heeft, en dat er geen waarschuwing was gegeven over de afsluiting.

De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter stelde vast dat uit de foto’s in het dossier blijkt dat het voertuig het gehele trottoir blokkeerde, waardoor hinder werd veroorzaakt.

De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant discretionair bevoegd was om de feitcode te kiezen die betrekking heeft op het veroorzaken van hinder. De aangevoerde bezwaren van betrokkene boden geen reden om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens hinderlijk parkeren op het trottoir wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10994457 \ MB VERZ 24-304
CJIB-nummer : 3062 5422 5350 5663
uitspraakdatum : 4 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op de Bastionstraat (overzijde [huisnummer]) te Breda op 2 oktober 2022 om 17:13 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete ten onrechte is opgelegd. Betrokkene stelt dat de straat waar hij woont en waar hij een parkeervergunning voor heeft, was afgesloten. De gemeente heeft betrokkene niet gewaarschuwd dat er verkeershinder zou optreden en dat de straat was afgesloten. Hierdoor heeft betrokkene zijn auto in de Bastionstraat langs de weg geparkeerd. Betrokkene heeft de auto tussen tal van andere auto’s geparkeerd, waardoor betrokkene in de veronderstelling was dat het was toegestaan. Gemachtigde verzoekt de feitcode te wijzigen naar R315B aangezien er eerder sprake is van stilstaan op het trottoir. Voors verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig van betrokkene stond met vier wielen op het trottoir. De verbalisant kan er dan voor kiezen om de andere feitcode op te leggen, maar een verbalisant heeft een discretionaire bevoegdheid om te kiezen welke feitcode hij oplegt. Uit de foto in het dossier blijkt dat betrokkene het gehele trottoir blokkeert. Hierdoor ontstaat er veel hinder. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwaren stelt dat het kan zijn dat er een specifieke feitcode van toepassing is, maar dat indien er zodanige hinder wordt ondervonden de verbalisant ook de voor de feitcode ‘hinder veroorzaken’ een boete kan uitschrijven.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit de foto in het dossier blijkt dat het voertuig van betrokkene het gehele trottoir blokkeert en dus hinder veroorzaakt. De verbalisant had kunnen kiezen voor de andere feitcode, maar ook duidelijk voor de feitcode die nu is opgelegd. De verbalisant heeft daarin een discretionaire bevoegdheid.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: