Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring op een eenrichtingsweg in Breda. De gemachtigde voerde aan dat er ten onrechte op kenteken was bekeurd omdat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en dat betrokkene via een alternatieve route reed vanwege werkzaamheden.
De verbalisant was te voet en zag af van staandehouding vanwege vermeende verkeersveiligheid, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat dit geen gegronde reden was om af te zien van staandehouding en dat de boete daarom ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd.
Het beroep werd gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie vernietigd, en het betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.187 toegekend, maar de kantonrechter verklaarde zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling hiervan.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd.