Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Voorts stelt gemachtigde dat de redelijke termijn is geschonden en verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 31 mei 2022. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat en dat de verbalisant bevoegd was om digitaal te handhaven. De enkele betwisting van de bevoegdheid door de gemachtigde is onvoldoende om de boete te vernietigen. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete.
Daarom wordt de boete met 25% gematigd. Tevens wordt het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald aan betrokkene. Omdat de boete wordt gematigd, kent de kantonrechter een proceskostenvergoeding toe voor de fase van het beroep bij de kantonrechter, ter hoogte van € 437,50. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding wordt toegekend.