Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden door een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 27 juli 2022. De gedraging staat vast en wordt niet betwist. Betrokkene, via gemachtigde, voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de leaserijder uit het buitenland kwam en de navigatie volgde, en dat er geen Engelstalige borden waren. Tevens werd aangevoerd dat meerdere boetes zijn opgelegd terwijl betrokkene nog niet op de hoogte was van de eerste, wat strijdig zou zijn met het ne bis in idem-beginsel.
De officier van justitie stelde dat de boete terecht was, maar erkende dat een latere boete van 11 augustus 2022 onterecht was opgelegd en in strijd met het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen. Omdat tegen die boete geen beroep was ingesteld, verzocht hij matiging van de eerste boete.
De kantonrechter oordeelde dat het niet verplicht is om Engelse borden te plaatsen en dat de boete terecht is opgelegd. Wel werd de latere boete onterecht bevonden en werd de eerste boete gematigd tot nihil. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt gematigd tot nihil en proceskosten worden vergoed.