ECLI:NL:RBZWB:2024:9171

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
11224236 \ MB VERZ 24-594
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen verkeersboete voor rijden op fietspad

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Lekstraat te Oost-Souburg op 6 oktober 2023 om 02:54 uur. Hij stelde in beroep dat hij de gedraging niet had verricht en dat de verbalisant slechts een vermoeden had. Tevens gaf hij aan student te zijn en de boete niet te kunnen betalen.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde het beroep op 14 november 2024. Betrokkene was niet aanwezig tijdens de zitting. Hoewel de zekerheidstelling te laat werd betaald, werd dit in het voordeel van betrokkene meegenomen. Het beroepschrift werd echter te laat ingediend, na de wettelijke termijn van zes weken, zonder voldoende onderbouwing.

De kantonrechter oordeelde dat bijzondere omstandigheden, zoals het overlijden van een familielid en een reis naar het vaderland, het te laat indienen niet aan betrokkene konden worden toegerekend, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Inhoudelijk bleek uit de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene leverde geen concrete feiten om dit te betwijfelen.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11224236 \ MB VERZ 24-594
CJIB-nummer : 7062 5422 6166 0717
uitspraakdatum : 14 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Lekstraat te Oost-Souburg (gemeente Vlissingen) op 6 oktober 2023 om 02:54 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt een student te zijn die zich momenteel geen boete kan veroorloven. De verbalisant die de boete heeft uitgeschreven had volgens betrokkene enkel een vermoeden dat hij de gedraging was begaan. Betrokkene stelt niet degene te zijn geweest die de gedraging is begaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de termijnoverschrijding van de zekerheidstelling verschoonbaar te achten en het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de kantonrechter niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Betrokkene heeft zijn reden het beroepschrift te laat in te dienen niet onderbouwd met relevante bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld een rouwkaart.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft niet tijdig de zekerheidstelling van € 169,- betaald.
De kantonrechter geeft betrokkene het voordeel van de twijfel aangezien de zekerheidstelling voor het behandelen van de zaak wel betaald is.
Termijnoverschrijding kantonrechter
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 20 december 2023. Het beroepschrift is echter pas op 3 januari 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene heeft aangevoerd dat een familielid van hem is overleden en hiervoor naar zijn vaderland is gereisd. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant heeft de gedraging op een duidelijke manier waargenomen en daarna op de juiste manier geverbaliseerd.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: