Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Lekstraat te Oost-Souburg op 6 oktober 2023 om 02:54 uur. Hij stelde in beroep dat hij de gedraging niet had verricht en dat de verbalisant slechts een vermoeden had. Tevens gaf hij aan student te zijn en de boete niet te kunnen betalen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde het beroep op 14 november 2024. Betrokkene was niet aanwezig tijdens de zitting. Hoewel de zekerheidstelling te laat werd betaald, werd dit in het voordeel van betrokkene meegenomen. Het beroepschrift werd echter te laat ingediend, na de wettelijke termijn van zes weken, zonder voldoende onderbouwing.
De kantonrechter oordeelde dat bijzondere omstandigheden, zoals het overlijden van een familielid en een reis naar het vaderland, het te laat indienen niet aan betrokkene konden worden toegerekend, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Inhoudelijk bleek uit de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene leverde geen concrete feiten om dit te betwijfelen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.