ECLI:NL:RBZWB:2024:9172

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
10999616 \ MB VERZ 24-213
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 9 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart te Kapellebrug op 25 april 2023 om 20:07 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de gedraging niet was verricht en dat de gedragingsfoto's onvoldoende bewijs boden.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 14 november 2024 verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De zittingsvertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie voerde aan dat de verklaring van de verbalisant en het gebruikte snelheidsmeetmiddel betrouwbaar waren.

De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. De argumenten van betrokkene boden geen aanleiding tot twijfel aan de meting. De boete werd daarom terecht opgelegd, het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens 9 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10999616 \ MB VERZ 24-213
CJIB-nummer : 1062 5422 5746 5461
uitspraakdatum : 14 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart (ter hoogte van [huisnummer]) te Kapellebrug (gemeente Hulst) op 25 april 2023 om 20:07 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op basis van de gedragingsfoto’s in het dossier is niet af te leiden dat de vermeende gedraging is verricht, in zoverre dat de gegevens in het proces-verbaal niet overeenkomen met de auto die zichtbaar is op de foto. De gedragingsfoto’s zijn zwart waardoor een juiste werking van de apparatuur ook niet met zekerheid aangenomen kan worden. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding op eigen rekening.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat zij geen reden ziet om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant die de werkelijke snelheid vaststelde met een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: