Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het stilstaan op het trottoir aan de Tramsingel te Breda op 28 oktober 2022 om 21:44 uur. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat er sprake was van een onduidelijke situatie doordat het trottoir niet voorzien was van een verhoogde trottoirband en dat parkeren buiten de aangegeven tijden volgens een mail aan bewoners wel was toegestaan.
De officier van justitie stelde dat parkeren op het trottoir verboden is en dat er geen sprake was van een gedoogbeleid. Wel erkende de officier van justitie een overschrijding van de redelijke termijn en verzocht om matiging van de sanctie.
De kantonrechter oordeelde dat het weggedeelte voor een gemiddelde weggebruiker als trottoir overkomt vanwege de bestrating, ook al ontbreekt een verhoogde trottoirband. De onduidelijkheid over het parkeerverbod en de informatie uit de mail maakten het opleggen van de boete onredelijk. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en de betaalde zekerheid terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €749,50 toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.