ECLI:NL:RBZWB:2024:918

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
RK 23-025151 en 23-025150
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding wegens onterechte inverzekeringstelling en kosten rechtsbijstand

De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 februari 2024 verzoeken van een verdachte tot toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering. De verzoeker was op 7 augustus 2023 in verzekering gesteld en op 8 augustus 2023 in vrijheid gesteld, waarna de zaak werd geseponeerd.

De rechtbank overwoog dat de zaak zonder strafoplegging eindigde en dat de verdachte recht heeft op vergoeding van schade door ondergane inverzekeringstelling en kosten van rechtsbijstand. De gevraagde vergoeding voor twee dagen inverzekeringstelling werd vastgesteld conform de forfaitaire LOVS-normen.

Daarnaast werd een bedrag van €348,17 toegekend voor kosten van rechtsbijstand, waarbij een matiging van €52,00 werd toegepast. Ook werd een forfaitaire vergoeding van €680,00 toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van de verzoekschriften in de raadkamer.

De totale toegekende vergoeding bedraagt €1.288,17, welke zal worden overgemaakt aan de gemachtigde raadsman. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €1.288,17.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-197308-23
raadkamernummer : 23-025151 en 23-025150
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. H.A. van der Hout advocaat te Roosendaal, (Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 260,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
  • het sepot d.d. 8 augustus 2023;
  • de stukken waaruit blijkt dat verzoekster op 7 augustus 2023 in verzekering is gesteld en op 8 augustus 2023 in vrijheid is gesteld;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 25 januari 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs en de gemachtigd raadsman mr. M.C.J. Heinen advocaat te Roosendaal gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek gedeeltelijk kan worden toegewezen. De officier van justitie persisteert bij hetgeen in de schriftelijke conclusie van het openbaar ministerie daaromtrent is aangedragen.
De raadsman stelt zich op het standpunt dat het verzoek om schadevergoeding moet worden aangepast. De kosten voor rechtsbijstand dienen met een bedrag van € 52,00 gematigd te worden. De raadsman verzoekt een bedrag van € 348,17 voor de kosten van rechtsbijstand.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoekster heeft
2 dagen in verzekeringdoorgebracht. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 260,00.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 348,17is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling in raadskamer van de verzoekschriften wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 260,00;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.028,17, bestaande uit: € 348,17 voor de kosten van rechtsbijstand;
€ 680,00 forfaitaire vergoeding.
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.288,17zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden advocaten BV , onder vermelding van “ [dossiernummer] ”
Deze beslissing is op 8 februari 2024 gegeven door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).