Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het onjuist gebruiken van de veiligheidsgordel op 22 september 2022 te Breda. Tegen deze boete werd beroep ingesteld, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het beroep bij de officier ongegrond werd verklaard.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat een ontkenning van betrokkene onvoldoende is om dit te betwijfelen. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep is overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde.
Hierdoor wordt de boete gematigd met 25%. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter en een dwangsom van €115,- wegens het niet tijdig beslissen door de officier van justitie. De officier van justitie wordt opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter M. Breeman op 3 december 2024 in Breda.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25%, proceskostenvergoeding en dwangsom worden toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.