Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 6 juni 2022. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant. De ontkenning van betrokkene werd als onvoldoende beschouwd om de boete te betwisten. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met meer dan zes maanden was overschreden.
Gelet op de overschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Daarnaast werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. Omdat de boete werd gematigd, werd tevens een proceskostenvergoeding van €875,- toegekend voor de fase bij de kantonrechter. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.