Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad aan de Nieuwstraat te Oosterhout op 27 december 2022 om 19:54 uur. Hij stelde dat de boete onredelijk hoog was en dat de bebording een lager boetebedrag aangaf. Tevens gaf betrokkene aan in financiële problemen te verkeren en lopende schuldsanering te hebben.
De officier van justitie handhaafde de boete van €150, maar overhandigde foto’s en schouwrapporten waaruit bleek dat betrokkene inderdaad op het fietspad reed. Betrokkene ontkende de gedraging niet. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd.
Echter, vanwege de onduidelijke en inmiddels verwijderde bebording die een lager boetebedrag aangaf, en de financiële situatie van betrokkene, matigde de kantonrechter de boete tot €100. De zekerheidstelling werd op nihil gesteld omdat betrokkene deze niet kon betalen. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €100 vanwege onduidelijke bebording en de financiële situatie van betrokkene.