Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een straat met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 28 februari 2023 in Breda. Betrokkene stelde zich de situatie niet exact te herinneren en voerde aan dat hij achteruit reed om zijn auto te keren, waarbij hij de geslotenverklaring niet moedwillig had overtreden. Zijn partner verklaarde dat hij de bestuurder was en dat hij de vooraankondiging mogelijk gemist had door de drukte van borden en dranghekken.
De officier van justitie betoogde dat de foto, gemaakt door een camera die voertuigen fotografeert zodra zij de geslotenverklaring passeren, voldoende bewijs levert dat betrokkene de straat is ingereden. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene inderdaad over de grens van de geslotenverklaring was gereden, ook al was hij op de foto achteruit aan het rijden.
De kantonrechter erkende echter dat de verkeerssituatie verwarrend was vanwege langdurige wegwerkzaamheden en dat de vooraankondiging eerder dan normaal was geplaatst. Gezien deze omstandigheden en het feit dat betrokkene zijn fout probeerde te herstellen, matigde de kantonrechter de boete tot € 50,- plus administratiekosten. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens overtreden geslotenverklaring wordt gematigd tot € 50,- plus administratiekosten.